Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De overgangs- en smeltpunten van liet p-azoxyphenetol en het p-methoxykaneelzuur waren 138.4° en 167.3° respectievelijk 173.8° en 188.0° —188.3°.

Het door mij gebruikte p-methoxykaneelzuur was afkomstig

van hetzelfde praeparaat, waarmede De Kock !) indertijd werkte. Deze bereidde de stof door verzeeping met alcoholische kali der aethylester en omkristallisatie van het verkregen product uit verdunden methylalcohol. De door hem verkregen naaldjes gingen in een troebele vloeistof over bij 170.6° en deze in een heldere bij 185.5°.

Dit praeparaat, dat reeds eenige jaren oud was, werd door mij herhaaldelijk omgekristalliseerd uit methylalcohol, waarna liet de lner boven aangegeven transformatietemperaturen l't'zar. Het onderzoek van enkele mengsels aan den plienetolzoowel als aan den methoxykaneelzuurkant, liet zien, dat '!• smeltlijn niet steiler daalde dan de overgangslijn. Dit werd door de uitkomsten, verkregen met mengsels, die zich over het geheele concentratiegebied uitstrekten, bevestigd, daar in tegenstelling met hetgeen gewenscht werd, eene continue smeltlijn met een minimum werd gevonden (zie fig. 39).

') 1. c.

Sluiten