Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van methoxykaneelzuur en een weinig azoxyphentol en van phenetol met een weinig methoxykaneelzuur microscopisch bekeken. Bij beide kon ik de dichroïtische kristallen van p-azoxyphenetol en de mat-blauw gekleurde van 't p-methoxykaneelzuur naast elkaar onderscheiden.

Het begin-overgangspunt kon Ijij het mengsel van 90° u p-methoxykaneelzuur thennometrisch noch optisch waargenomen worden. Door de ligging op grooten afstand van het eutectische punt ontstond in den beginne ook slechts uiterst weinig anisotrope vloeistof, waarmede een niet merkbaar warmte-effect gepaard ging. Bij de bepaling der smeltpunten trad bij mengsels met een hoog procentgehalte aan p-methoxykaneelzuur eene moeielijkheid op, doordat deze laatste stof zich boven het overgangspunt ontleedde onder C 02 afsplitsing. Door genoemde ontleding werden de smeltpunten en in mindere mate ook de overganspunten bij meermalige opwarming verlaagd.

Deze depressie was zoo groot, dat voor eene tweede bepaling van 't smeltpunt steeds eene nieuwe hoeveelheid stof genomen moest worden. Achtereenvolgens bij stijgende en dalende temperatuur het smeltpunt-bepalend werd gevonden: S t ij g e n d: D a 1 e n d:

188.0-188.3 188.4-188.1

186.2-187.0 187.4-186.5

Uit de boven vermelde feiten volgt dus, dat wij hier een analogon hebben van het type door De Kock gevonden bij het stelsel p-azoxyanisol en p-methoxykaneelzuur.

Sluiten