is toegevoegd aan uw favorieten.

Vloeiende mengkristallen bij binaire stelsels

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nemen wij een p-x-doorsnede bij een temperatuur boven het eerste en beneden het tweede tripelpunt van beide componenten, dan zal dit p-x-diagram eene gedaante bezitten als in fig. 1, plaat I, geteekend is, aannemend, dat A de component is met de hoogste dampspanning.

Op de lijn acb liggen de mengkriatalpbasen, welke coëxisteeren met de dampphasen op de lijn a d b. Tusschen deze twee krommen ligt het geleed voor vloeiend mengkristal -|damp, F -f- Gr- Boven a c b ligt het gebied der vloeiende mengkristallen, beneden a d b dat van de dampphase.

Beschouwen wij nu eene p-x-doorsnede bij eene temperatuur, welke ligt boven de tripelpunts-temperatuur Sa en beneden 8b, dan krijgen wij een p-x-diagram als in hg. 2 is aangegeven.

Nemen wij aan, dat A bij de beschouwde temperatuur in overstolten, dus in vloeiend-kristallijnen toestand voorkomt, terwijl B zich ook in den vloeiend-kristallijnen toestand bevindt, dan krijgen wij een p-x-flguur als aangegeven wordt door afbga in hg. 2, welke geheel analoog is aan die in fig. 1 geteekend.

Vloeiend-kristallijn A is bij deze temperatuur metastabiel tengevolge waarvan een deel van deze p-x-flguur dus ook metastabiel moet zijn.

Nemen wij vervolgens aan, dat B zich in oversmolten toestand, dus in den gewonen vloeistoftoestand bevindt, dan krijgt men een p-x-figuur als door c 1 d g c wordt aangegeven, waarbij valt op te merken dat d beneden b, en c boven a ligt, daar 1) en c de dampspanning aangeven van