Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aard van de celplaat is, vindt men in de litteratuur een drietal verschillende antwoorden gegeven, in verband met het teit, dat op de plaats van de celplaat zich na afloop van de celdeling een celwand bevindt, geflankeerd door buitenlaagjes van de dochterprotoplasten. Deze antwoorden kunnen we kort formuleren als volgt:

A. De celplaat bestaat van de aanvang af alleen uit stoffen, welke behoren tot dezelfde grote klasse van chemiese lichamen, waartoe ook de eigenlike celwandstoffen, zoals cellulose en pectinestoffen behoren.

B. De celplaat bestaat uit protoplasma, uit hetwelk door omzetting van de eiwitstoffen, waaruit het zelf is samengesteld, de „celwandstoffen" gevormd worden; deze splitsing van de eiwitstoffen kan reeds optreden in de nog afzonderlik zichtbare celplaatelementen.

C. De celplaat is samengesteld uit protoplasma, waaruit vroeger of later door splijting twee buitenlaagjes of „Hautschichten" ontstaan, tussen welke door afzetting van „celwandstoffen ' de jonge celwand wordt gevormd.

Uit het volgende overzicht zal blijken, welke van deze drie antwoorden in de litteratuur de meeste steun heeft gevonden.

Treub, die, zoals we zagen, een prachtig onderzoek verrichtte over de celdeling bij Orehideën, levend waargenomen, kontroleerde zijn resultaten ook door bestudering van alkoholmateriaal. Door kontraktie van de protoplast bij het fixeren, hoopte hij de membraanvorming goed te .kunnen vervolgen. Inderdaad gelukte hem dit soms bij de succedane celwandvorming. Hij vond, „qu'a partir du lieu oü elle touche a la paroi cellulaire la plaque se fend a mesure qu'elle se complete; dans cette fente il se forme une membrane de cellulose, se rattachant a la paroi cellulaire, cette membrane se forme ainsi successivement, son

3

Sluiten