Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Xucleolarsubstanz bestehen, und welche auffallende Beziehungen zu den Spindelfasern und der Bildung der Zellplatte zeigen".

Swingle, die, zoals we weten (vgl. pag. 26), de kernen celdeling bij de Sphacelariaceeën bestudeerde deelt mee, dat hij dikwijls zustercellen vond, „die sogleich nach der Theilung sich von einander trennten. In günstigen Fallen dieser Art konnte leicht erkannt werden, dass hier noch keine cellulose Wand existiert, obwohl zwei Hautschichten bestanden, die sich eben von einander getrennt batten. In einem etwas spateren Stadium zeigt eine ahnliche Contraction die Gegenwart einer ausserst dunnen Zellwand zwischen den Hautschichten an. Nach solchen Erscheinungen bin ich gezwungen anzunehmen, dass das erste Erzeugniss der Zellwandbildung zwei Hautschichten sind, die in naher Berührung miteinander stehen und sehr bald eine cellulose Wand zwischen sich bilden" J).

Het is jammer, dat de schrijver geen figuren geeft van de cellen, aan welke het aangehaalde is ontleend. Hij spreekt van een „ausserst dünnen Zellwand" en kon toch „leicht" uitmaken, dat zich in de cellen met gekontraheerde protoplasten geen celwand tussen de „Hautschichten" bevond. Men is geneigd te vragen, waarom dat zo gemakkelik kon gaan, of er misschien ook gedacht moet worden aan invloeden van fixering en snijden en hoe de schrijver heeft uitgemaakt, dat de pas gevormde celwand uit cellulose bestond.

Belangrijker is, wat Strasburger mededeelt aangaande de celplaat bij Fucus 2). Ik wil hier aansluiten bij hetgeen reeds op pag. 26 betreffende de waarnemingen van Strasburger over Fucus is gezegd. Op de plaats van de latere nieuwe „Hautschichten" zag hij her-

') Zur Kenntniss der Kern- und Zelltheilung bei den Sjihacelarinceen. Jahrb. f. w. Bot., Bd. 30, 1897, pag. 341—342.

-) Kerntheil. und Befrueht. bei Fucus. Jahrb. f. w. Bot.. 1897, p. 358 e. v.

Sluiten