Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wandstoffen pleit ook volgens Strasburger „die keilfürmige Erweiterung, welche die auftretende Scheidewand in den meisten Sporen- und Pollenmutterzellen an ihrer Ansatzstelle zeigt". „Sonst wiire ja zu erwarten, dass die Zellplatte im Umkreise an ihrem Rande eine grössere Starke besitze. Thatsachlich ist aber nur als haufige, aber durchaus nicht constante Erscheinung, eine grössere Dicke der Verbindungsfiiden an dem Rande des Verbindungsfadencomplex zu constatiren" J).

Dit argument kan, naar ik meen, niet veel gewicht in de schaal leggen,

1°. omdat van de rol van de verbindingsdraden bij de vorming van de jonge celwand niets met zekerheid bekend is;

2°. omdat men zich heel goed kan voorstellen, dat een snellere en sterkere afzetting van celwandstoffen plaats heeft daar, waar de celplaat de moedercelwand eindelik aanraakt en

3°. omdat ook niet bekend is, of het buitenlaagje van de moedercel een rol speelt bij de kompletering van de celplaat op het moment, dat deze dat buitenlaagje heeft bereikt.

Uit het voorgaande volgt m. i., dat de feitelike waarnemingen, welke Strasburger en zijn leerlingen hebben gevoerd tot het aannemen van een splijting van de celpiaat en de afzetting van celwandstoffen tussen de twee aldus gevormde „Hautschichten", gering in aantal en weinig overtuigend zijn.

Ik ga tans over tot de mededeling van de resultaten van de studie van Tim berlake over de aard van de celplaat. Hij houdt eveneens de celplaat voor een „Hautschicht". De splijting van de celplaatelementen, door

*) 1. c. pag. 515.

Sluiten