Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wand van de genoemde epidermiscel loopt. Oudemans had de ontwikkeling van het stoma niet nagegaan; hij trachtte echter toch de door hem waargenomen verschijnselen te verklaren. Zijn interpretatie werd echter door Hil de brand1) en later door Strasburger2) bestreden. Ongeveer tegelijkertijd kwamen Strasburger3) en Rauter4) voor den dag met een verklaring, die in de hoofdzaken juist was: er zou n.1. direkt een — van boven gezien — O-vormige celwand ontstaan. Overgangsgevallen, zoals aangegeven in mijne fig. 2, werden echter door Rau ter foutief geïnterpreteerd. Hij beschreef tevens van Niphobolus lingua Spgl. een in alle essentiële punten met het ^neiui/astoma overeenkomend huidmondje.

Tot een juiste, vrij diep doordringende verklaring van het ontstaan van de stoma-moedercelwand bij Aneimia, kwam Strasburger in 1880 5). Na een schets te hebben gegeven van de vorming van de U-vormige stomamoedercelwand bij Blechnum brasiliense — opgehelderd door een fig. (1. c. Taf. IX, Fig. 71), waarin de pas gevormde celwand in verband met de nog aanwezige verbindingsdraden is afgebeeld — en bij Mercurialis annua, als overgangsgevallen, beschrijft Strasburger het verloop van de overeenkomstige celdeling bij Aneimia, zoals hij zich dat, naar analogie van de door hem b ij de even genoemde en andere planten waargenomen delingen, voorstelde. Ik veroorloof mij, Stras burgers beschrijving hier grotendeels over te nemen:

l) F. Hildebrand. Ueb. die Ent wiek. der Farnkrautspaltüffnungen, Bot. Zeit. 1860, Kol. 245—251.

-) Strasburger. Ein Beitrag zur Entwicklungsgesch. der Spaltöffnungen. Jahrb. f. wiss. Bot. Bd. V. 1866/67.

3) Stras burger. Die Befruehtung bei den Farnkriiutern. Jahrb. f. wiss. Bot. Bd VII. 1869/70, patr 393. Anm. 1.

4) Jos. Rauter. Entwickl. der Spaltöff. von Aneimia und Niphobolus. Mitth. d. naturw. Vereins f. Steiermark, Bd. II, Heft 2. 1870.

5) Strasburger. Zellb. u. Zellth. 3e Aufl. 1880, pag. 126—127.

Sluiten