Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekend, hebben latere onderzoekers dit interessante objekt niet weer bestudeerd; de motieven, welke mij daartoe brachten, heb ik reeds in de inleiding vermeld.

Voordat ik nu overga tot mededeling van mijn eigen waarnemingen, zal ik enige opmerkingen maken omtrent het materiaal en de gevolgde methode van onderzoek.

§ 2. Materiaal en techniek. Van de nog opgerolde ot' pas zich ontrollende gevederde bladen, werden blaadjes van ± 5 mM. lengte gefixeerd in sterk F1 e m m i n g's mengsel gedurende 2 a 3 dagen. Vóur de insluiting in paraffine, werd de hoofdnerf met zijn lange haren, die bij het snijden zeer lastig kunnen zijn, verwijderd en gaf ik de snijrichting aan, indien ik n.1. dwarse doorsneden verlangde te hebben, waarin de kernen van de stomamoeder- en grootmoedercel (= „stoma-initiaal"*)) beide waren getroffen. Ik behoefde daartoe slechts een stukje van het blaadje af te snijden evenwijdig aan de gemiddelde richting der zijnerven. Ik had n.1. opgemerkt, dat de kern van de stoma-initiaal na de deling, tegen de stomamoedercelwand aanligt en wel aan die zijde, welke naar de basis van het blaadje, dus naar de hoofdnerf, is gekeerd, zodat het vlak, 't welk de beide bovengenoemde kernen mediaan doorsnijdt, ongeveer evenwijdig loopt aan de naastbijzijnde zijnerf, evenals in het volwassen stoma, de scheidingslijn der beide sluitcellen -).

De serieën doorsneden van 2 a 3 a dikte werden gekleurd met Delafield'se haematoxyline, gekombineerd met gentianaviolet of safranine. Ontkleuring van de preparaten bij de overbrenging in canadabalsem werd zoveel mogelik vermeden 3).

x) De Bary. Vergl. Anat., 1877, pag. 42.

2) Vgl. Iiauter. 1. c. pag. 191.

Stras burger. Das bot. Practicum, 4e Aufl. 1902, pag. 177.

3) Vgl. Sypkens. 1. c. pag. 26.

Sluiten