Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de celplaat hadden geraakt. Nemen we nu in aanmerking, dat bij zeer sterke vergrotingen het cytoplasma in de cellen van Allium de indruk maakt van te hebben een reticulaire of alveolaire bouw, dan ligt het voor de hand, om het ontstaan van de secundaire verbindingsdraden toe te schrijven aan een omvorming van het cytoplasma. Ik kom op deze kwestie in een later hoofdstuk terug, doch wil nog even wijzen op fig. 13, waarin het cytoplasma aan de buitenzijde van de meer gladde verbindingsdraden duidelike overgangen tot deze vormt, door 't optreden van korrelige draden.

Na het verschijnen van de celplaat breidt het verbindingsdradencomplex zich, zoals bekend is, verder uit naar de wanden van de moedercel, waarbij zich de dochterkernen meer of minder naar de equator, naar de celplaat dus, verplaatsen, 't Schijnt mij waarschijnlik, dat het cytoplasma nieuwe draden aan de peripherie van het verbindingsdradencomplex blijft toevoegen, altans in de wijde cellen, ver van de top af gelegen, waar een sterke groei nodig is, om de celwanden te bereiken; terwijl dit gebeurt, keren de verbindingsdraden, in 't midden beginnend, terug tot de toestand van gewoon cytoplasma, waarin dan ook soms kleinere of grotere vacuolen optreden.

Het secundaire verbindingsdradencomplex schijnt van de aanvang af van de kernen gescheiden te zijn, door fijnkorrelig protoplasma, en evenals T i m b e r 1 a k e *) zag ik de ruimte tussen de verbindingsdraden speciaal in een zone langs de celplaat, lichter oranjegeel gekleurd, als het ware opgevuld door een homogene massa, in de preparaten die gekleurd waren met de driekleurenmethode. Overeenkomstig de gangbare mening, kon ik konstateren, dat de eerste celplaatelementen, welke, zoals blijkt uit fig. 13 zeer vroeg verschijnen, zich voordoen als lensvormige verdikkingen van de verbindingsdraden. Na

*) 1. c. pag. 97.

Sluiten