Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inwerking van het reagens met zekerheid kan worden teruggevonden, als hij niet opgelost is.

Als kleurstoffen gebruikte ik de verdunde Delafield'se haematoxyline. methyleenblauw in donkerblauwe neutrale of zwak met azijnzuur aangezuurde oplossing, rutheniumrood in verdunning van ^Vö h Wüö opgelost in gedestilleerd water, terwijl ook kleuring met safranine werd beproefd.

Rutheniumrood is in zoverre een aangename kleurstof, als het de celloidine bijna niet meekleurt; doch overigens verzwakt zijn kleurend vermogen, — ook bij volledige afsluiting van het licht — in korten tijd merkbaar, zodat een oplossing, welke een paar maanden oud is' öf geheel is omgezet óf minder bruikbaar doordat de preparaten er te lang in moeten vertoeven.

Methyleenblauw kleurt de preparaten in zeer korte tijd, doch ook de celloidine neemt deze kleurstof gretig op; zoals reeds boven werd opgemerkt, is het dus wenselik de celloidinelaag niet dikker te maken dan met het oog op de manipulaties beslist nodig is.

De Delafiel d'se haematoxyline kleurt wel is waar ook de celloidine, doch niet in sterke mate, terwijl in E. de Jav. de kleur weer geheel verdwijnt. Ook gelukt het, als het preparaat na de behandeling met E. de Jav. goed is uitgewassen, da coupe later weer met de haematoxyline te kleuren, hoewel de intensiteit van de kleur dan veel zwakker is. Een nadeel van de haematoxyline is, dat voor de kleuring veel tijd nodig is.

Ten slotte wil ik nog opmerken, dat de kleuring van preparaten, welke op bovengenoemde wijze met Eau de Javelle zijn behandeld, niet altijd gelijk uitvalt. Een van de voornaamste oorzaken daarvan is ongetwijfeld, dat de, uit de aard der zaak in twee preparaten nooit even dikke, celloidinelaag evenmin steeds even nauw tegen het glaasje sluit, waardoor zowel het indringen der reagentia in het preparaat, als het uitwassen en kleuren

Sluiten