Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

BESPREKING DER RESULTATEN.

A. De verbindingsdraden.

Mijn waarnemingen aangaande de verbindingsdraden hebben voornamelik betrekking op de verhouding van de primaire tot de secundaire en van deze laatste tot het cytoplasma. Ik wil tans mijn resultaten bespreken in verband ook met de opvattingen van anderen, welke reeds vermeld zijn in het litteratuuroverzicht. Wat het eerstgenoemde punt betreft verwijs ik nogmaals naar de tig. 12 en 13 van Allium. Dat het aantal primaire verbindingsdraden gering is, is genoegzaam bekend. De \iaag is echter allereerst hoe hebben we ons de — zij het ook schijnbare — vermeerdering van het aantal draden te denken, die optreedt nog vóórdat de celplaatelementen zich vertonen. Zoals we zagen (pag. 16) meende Strasburger nog in 1888, dat dit zou geschieden doordat het cytoplasma, dat tussen de primaire was ingedrongen een draderige struktuur aannam; in 1898 echter dacht hij zich de vermeerdering door lengtesplijting van de reeds bestaande draden, een opvatting, welke niet ver afstaat van die van Timberlake en Grégoire en Berghs, \ olgens welke de primaire verbindingsdraden moeten worden opgevat als bundeltjes dicht opeengepakte fijne diaden, welke dan naderhand weer uiteengaan, zodat van een werkelike vermeerdering geen sprake zou zijn. Timberlake heelt daarover echter bij Allium weinig zekerheid \ erkregen. Zoals volgt uit de beschrijving van mijn

Sluiten