Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanden, ligt het voorlopig het meest voor de hand, om aan te nemen, dat ook de celplaat zal zijn opgebouwd uit pectinestoffen, een onderstelling, waarvoor evenwel bizonder weinig positieve bewijzen zijn bij te brengen. De pectinestoffen zijn immers nog altijd chemies onvoldoend gedefinieerde lichamen '). Ter herkenning van de pectinestoffen in preparaten, wenden de genoemde auteurs veelal kleurstoffen aan. Vooral rutheniumrood2) wordt daartoe veel gebruikt, hoewel het volstrekt niet uitsluitend de celwanden kleurt; doch ook Delafieldse haematoxyline werd door Man gin3) herhaaldelik aanbevolen.

Het feit nu, dat zich in mijn preparaten de celplaat met Delafield'se haematoxyline goed kleurde evenals de celwanden, zou er dus op wijzen, dat de stof of stoffen, welke deze kleurstof vasthouden, pectinestoffen zijn; daartegenover staat echter, dat het rutheniumrood, met goed gevolg door Mangin en Devaux aangewend, om de pectinestoffen in oudere celwanden van alkoholmateriaal te kleuren, de celplaat in mijn alkoholmateriaal van Allitim ongekleurd liet.

Trouwens de chemiese samenstelling van de, in elk geval gemakkeliker te onderzoeken, jonge pas gevormde celwand ligt ook nog bijna volkomen in het duister. M angin laat zich daaromtrent aldus uit:

„La constitution de la première cloison qui se forme immédiatement après la division des cellules reste hypothétique; a la vérité, elle renforme de la cellulose et des composés pectiques, mais je ne saurais affirmer quant a présent si elle est homogene on hétérogène. L'hypothèse

1) F. Röhmann. Biochemie. Berlin 1908, pag. 241, enCzapek, Biochemie der Pflanzen. Jena 1905. Bd. I, pag. 550 en 583.

2) L. Mangin. Sur 1'emploi du rouge de ruthénium en Anatomie végétale. Comptes rendus des scéances de 1 Acad. d. sc. T. 11G. 1893, pag. 653.

3) L. Mangin. Observations sur les Duttomées. Ann. d. sc. nat. Série 9. T. 8. 1908, pag. 198.

Sluiten