is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de kennis van de vegetatieve celdeling bij de hogere planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van T i m b e r 1 a k e ») schijnen deze opvatting te steunen. Het is mij echter niet gelukt de verschijnselen waar te nemen, welke Timberlake meent te hebben gezien bij Allium, en voor zover mij bekend, zijn zijn resultaten later niet door anderen bevestigd. A priori schijnt het mij hoogst onwaarschijnlik toe, dat, zoals deze auteur beweert, de celplaat zich in tweeën zou splijten, in 't midden beginnend, en dat in de aldus gevormde spleet de jonge celwand duidelik zichtbaar zou zijn, van de twee protoplasmalagen gescheiden door ongekleurde zones, welke laatste dan zouden gevormd worden door een „nonstainable substance perhaps cellsap". Immers, wanneer men met Timberlake aanneemt, dat de celplaat door splijting twee „Hautschichten" levert, waartussen de celwand wordt afgezet, dan is het toch geheel onverklaarbaar, waarom deze „Hautschichten", die dan toch zeer zeker een belangrijke rol moeten vervullen bij de vorming van de jonge celwand, niet, zoals alle „Hautschichten", vlak tegen deze zouden aanliggen, er als het ware één geheel mee vormend, waarin de celwand slechts door speciale methoden zichtbaar zou kunnen worden gemaakt. T i mb e r 1 a k e heeft echter geen enkele poging gewaagd om een zo zonderling verschijnsel te verklaren. Mijn eigen waarnemingen zijn ook met die van T i m b e r 1 a k e° in iiagrante strijd. Want, als deze auteur goed gezien had. dan zou ik met behulp van de oplossingsmethode met Eau de Javelle moeten hebben waarnemen, dat de celplaat aan de randen oploste en slechts in 't midden, waaide celwand vorming was begonnen, weerstand bood aan het reagens. Dit nu is door mij nooit opgemerkt. Het komt mij derhalve waarschijnlik voor dat Timberlake zich heeft vergist,

De waarnemingen, waarop Strasburger en zijn leerlingen hun hypothese van de splijting van de celplaat

l) Vgl. pag. 45 e. v.