Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baseren, heb ik eveneens in 't litteratuuroverzicht') vrij uitvoerig weergegeven en de argumenten welke voor deze hypothese pleiten besproken. Te dezer plaatse meen ik dan ook te kunnen volstaan met een verwijzing naar het aldaar gezegde en er nog eens met nadruk op te wijzen, dat van direkte waarneming van de splijting in de celplaat door Strasburger e. a. geen sprake is en ook moeilik sprake kan zijn, omdat zij werkten met gefixeerd materiaal, speciaal pollenmoedercellen, en met kleurmethoden, welke onvoldoende zijn, om een dunne jonge celwand duidelik zichtbaar te maken tussen twee zeer dunne buitenlaagjes, ontstaan door de splijting van de celplaat en vlak tegen die celwand aanliggend. Tegenover de indirekte argumenten door Strasburger vóór de cytoplasmatiese natuur en de splijting van de celplaat aangevoerd, kan ik de positieve feiten stellen, welke mijne oplossings- en kleuringsproeven me hebben geleerd en welke reeds uitvoerig zijn meegedeeld en besproken.

Het sterkst schijnen wel de waarnemingen van T r e u b vóór een splijting van de celplaat, gevolgd door celwandvorming tussen de twee aldus gevormde buitenlaagjes, te pleiten. En inderdaad is het mij niet gelukt deze in goede overeenstemming te brengen met mijn opvatting, dat de celplaat eigenlik van de aanvang af aan moet worden beschouwd als „celwand in wording" 2). Het komt mij voor, dat slechts een hernieuwd onderzoek van de celdeling bij levende objekten waargenomen, gepaard gaande met een nauwkeurige studie van hetzelfde materiaal in gefixeerde toestand, deze tegenspraak zal kunnen oplossen, een onderzoek, dat des te meer wenselik is, omdat het aantal waarnemingen, welke betrekking hebben op de celdeling in levende cellen van hogere planten zo uiterst gering is.

!) Zie pag. 43 e. v.

2) Vgl. overigens pag. 8 en 33.

Sluiten