Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeven maal grooter is dan 1' rankrijk, valt in die ééne geut, waarbij dan ook vergeleken de Rijn een zijtak i>.

Eigenlijk kan men Amerika nog eenvoudiger verdeden. Want de Appalachen zijn niet hoog; niet half zoo hoog als de Cordilleras, en zij beslaan slechts een vijf maal smaller oppervlak. Men kan ze dus als t ware wegdenken — gelijk zij dan ook weinig invloed hebben op het klimaat. En dan komt men tot deze zeer eenvoudige indeeling: 1°. Het oostelijk deel, reikende van den Atlantischen Oceaan tot aan den voet der Rockv Mountains; 2". het westelijk hoogland, dat dicht bij den Stillen Oceaan afdaalt tot het Californische paradijs.

Niet altijd is Amerika zóó eenvoudig geweest. Doch dat was vóór menschenheugenis — millioenen jaren geleden. Wat komt er dat nu nog op aan, zult gij uitroepen! Integendeel dat is voor ons van het grootste belang, want zonder al die veranderingen welke in den loop der tijden plaats grepen, zoude Amerika niet de delfstoffen rijk zijn, waaraan het heden ten dage reeds meer dan aan landbouw zijne kracht en welvaart ontleent. Daarom moeten nu in 't kort geschetst worden de geologische veranderingen welke Amerika's bodem onderging; en ook dit zal veel minder tijd vorderen dan eene soortgelijke beschrijving van Europa, want zooals in alles, is zells hierin de natuur in Amerika zeer eenvoudig geweest.

In de alleroudste tijden tot welke de geoloog kan teruggaan, zal Noord-Amerika bestaan hebben uit enkele eilandengroepen: een bij de Iludsonbaai, een andere bij de Appalachen, een derde in de nu hoogvlakte der Cordilleras. Tusschen deze een groote zee. Gedeeltelijk door hetgeen bij verweering van bergachtige eilanden zeewaarts werd gevoerd, gedeeltelijk door liet zich neer-

Sluiten