Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

looze, ongeveer dertig meter breede door liet woud gebakte laan. Ter zijde van de lijn worden slechts zelden >looten gevonden, alleen als land is af te wateren. En afrasteringen slechts daar waar vee wordt gehouden, want de spoorwegmaatschappij moet hare slachtoffers vergoeden waar geen afrastering bestaat; wat toch niet verhindert dat nu en dan een koe of kalf op den spoorweg verdwaalt. Dan tracht men langzaam vooruitgaand, door hevig toeteren met den stoomhoren het dier weg te schrikken; doch gelukt dit niet, dan blijft er weiniganders over dan om het van de beenen te rijden. I)e overwegen worden niet door hekken afgesloten: een Andrieskruis aan een paal geslagen, is het teeken dat een landweg den spoorweg kruist; en om te verhinderen dat daar het vee op de lijn komt, zijn over een paar meters breedte, ter weerszijden van den kruisweg, tusschen de rails smalle latten gelegd, met den scherpen kant boven ; zóó dicht bij elkander, dat de beesten er liever niet op treden. Ter zijde van de rails sluiten dan verder schuinstaande, wit geverfde staketsels den spoorweg af.

Evenmin als afrasteringen vindt men op de sporen in het Westen baanwachters of wissel wachters. Op de kleine halten zelfs geen stations, enkel een paal met den naam van de bestaande of toekomende plaats. Zelfs op tamelijk groote stations moet de conducteur, als de trein door een wissel zal rijden, dien zelf verzetten; en eens, op een vork, waar het van belang was om te weten of de weg vrij is, stopte onze trein bij een paal waaraan een lessenaar was bevestigd. De conducteur stapt af, haalt uit de lade een notitieboek en teekent, daarin op dat onze trein voorbij is gekomen.

Dan weer houdt de trein plotseling stil midden in een eenzaam bosch. Is er onraad? Neen; de locomotief heeft

Sluiten