Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dorst, en het waterreservoir is hier geplaatst omdat uit een kleinen stroom , door den spoonvegdam een meertje kon gevormd worden. De machinist weet deze plaatsen uit zijn spoorwegboekje, waarin alle bijzonderheden van de lijn staan opgeteekend, zoo ook bijv. waar een andere lijn de zijne snijdt. Want evenmin worden in die afgelegen streken, waar soms slechts een ot twee treinen per dag voorbijkomen, daar seinen ot wachters gevonden, en aangezien meermalen treinen vele uren te laat zyn, geeft ook een tijdtafel geen baat. Daarom is op een SOO M. vóór het kruispunt een waarschuwingsbord geplaatst; dicht bij de kruising zelve nog een paal niet „stop" er op geschreven. Daar houdt de trein stil; de machinist luistert of het kerkklokgebengel in de nabijheid is, waardoor de Amerikaansche treinen zoo goed te hooren en vooral zoo voortreffelijk te localiseeren zijn, Unit een paar keer, en rijdt dan, al klokluidende langzaam over het gevaarlijke punt.

Dat kerkklokgebengel is zeer eigenaardig: als men een groot station binnen stoomt, schijnt het steeds Zondag daar in stad.

In het algemeen gaat het op de Westersclie lijnen erg huiselijk toe: bij de stations klimmen jongetjes op bloote voeten gauw op de treeplanken als de trein zich in beweging zet, en rijden een eindje mede. De trein is een kindervriend: overal in 't boscli juichen hem de kleintjes toe. En Zondags staan de stationsplankieren vol niet nieuwsgierige jongelingen in hemdsmouwen —juist zooals hier te lande toen de Centraalspoor pas was geopend — terwijl de oudere mannen, óók in hemdsmouwen, in de schaduw zitten hunner uitgespannen rijtuigen, en de vrouwen niet groote mutsen, die er als koolbladen uitzien

Sluiten