Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(sunbonnets, eenigszins zooals Kate Greenaway die teekent) en met babies op den arm, in groepen staan te babbelen.

Niet altijd is het op de stations zoo druk — vooral niet 's nachts. Dan gaat de chef wannneer er geen trein voorbij moet komen - of juister als er geen trein moet komen die wat heeft af te geven of te lossen — doodkalm naar huis en hangt slechts een lantaarntje uit, zoodat de wellicht voorbijstoomende trein ten minste wegwijs wordt. Aangezien wij onze private-car dikwijls op zulk een station 'snachts lieten afhaken, ben ik zoo meerdere morgens in de diepste stilte der natuur ontwaakt — in zóó doodsche stilte dat men niet begrijpen kon daar in een spoorwegwagen te liggen.

Aan een station, welks naam aan Nederland herinnert, laat de trein ons achter, even nadat wij onze legerstede hebben opgezocht. Het regelmatig zich herhalend getik van de wagenwielen op de raileinden heeftopgehouden, en in de verte verdwijnt zwakker en zwakker het kerkklokgebengel van den trein welke verder spoort. Nu wil ik inslapen — maar plotseling wordt het een koken en blazen alsof men ons legt boven op een stoomketel.

lijkbaar een andere locomotief, tamelijk dicht bij; doch niet zoo dicht bij als schijnt , want door den eigenaardige,, trechtervorm der Amerikaansche locomotiefschoorsteenen, blaast daarin de afgewerkte stoom als in een trompet. Dat blazen en puffen duurt vrij lang, en houdt a en slaap tegen; blijkbaar brengt die rangeerlocomotief ons op een zijspoor, waar wij zonder vrees van overreden te worden kunnen overnachten - een niet overbodige voorzorg op een station waar 's nachts treinen voorbij rijden, doch niemand wacht houdt. Eindelijk met kleine snelle stootjes en statig klokkenbengelend, rijdt ook

Sluiten