Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken heerscht in treinen volkomen stilte, en de eerste morgen waarop ik heerlijk verfrisclit ontwaakte, was na den eersten nacht sporens, na het doorvliegen van het blanke New-York en het zw arte l'ittsburg, op weg naar Chicago. Om half vijf het gordijn opgetrokken, schoof nog in ochtendnevel dommelend het landschap voorbij: ijle boomgroepen niet op den slanken stam bevallig zich wiegelende volle bladkruinen; dauw bedrenkt groen korenland en weide; hier en daar een houten huis, met de strakke eenvoudige lijnen der pionierswoningen, liai toen de trein even stil stond — zonder te gillen, want dat doen Amerikaansche treinen alleen in bijzondere gevallen — geheimzinnig stopte in die morgenstilte, als door slaap bevangen, klonk door de gesloten raampjes heen het vroolijk getwetter der vogels. Zelfs toen de trein zich — evenzeer geluidloos — weder in beweging had gezet, klonk ons nog lang na dat vogelgetjilp; zoo stil, zoo zacht schuift de wagenreeks voort.

Vele zulke heerlijke morgens heb ik na deze zoo doorgebracht, steeds nieuwsgierig welk nieuw landschap de nacht had aangevoerd, want al is Amerika zéér eenvormig, men bevindt zich allicht, na zoo in het donker een achttal uren te hebben gespoord, in een land van ietwat ander karakter dan dat van den vorigen avond. Toch was ik eens bijzonder verrast: het was het eerste ontwaken in den spoorweg na een tamelijk langdurig verblijf te Kansas-city. De Hollandsche oogen waren nog zoo moede van al het felle groen der reis naar de Mexicaansche golf, door die al te schitterende tegenstelling van hard groen blad op hard rooden grond (is het als in weerspiegeling van het landschap, dat de oogen der Amerikanen zoo schitteren, de onze zoo flets zijn?). En dus, wakker geworden , trok ik niet zooals anders het gordijn op, maar

Sluiten