is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe wereld

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bleef uit \iees \oor die oogenkwetsing nog eenigen tijd staren naar het plafond , smachtend naar het zooveel fijnere Hollandsche landschap. Eindelijk verman ik mij — trek op, en. . . . in plaats van het verwachte harde groen: mets dan bleeke gestorven tinten, en in plaats van slechts enkele meters ver te kunnen zien — een eindeloozen horizon zooals van de zee: Het zijn de prairieën.

Dat het prairieën waren, vermoedde ik op dat oogenblik waarlijk niet. De bijna effen, boomlooze, Hetsgele \lakte, aan den gezichtseinder overgaande in geeli^;gioenachtige zachtgolvende heuvelreien, scheen eerder eene onmetelijkheid van duinzand dan van gras. .Slechts hier en daai, soms ter breedte van een lint, soms breeder als wolkenschaduwen, slingerden zich dof groene tinten over de gele vlakte. Zag men nauwkeuriger, dan bleek het dat daar de bodem eenigszins lager lag: het daar aanwezige meerdere vocht hield dus het gras in 't leven. Trouwens dat dit gele geen zand was, maar op stam gedroogd gras, werd ook bewezen door het in plekken zichtbaar worden der bleekroode aarde.

\lak bij de spoorlijn tallooze lage kegelvormige zandhoopjes — ongeveer een meter hoog en verscheidene nieters in doorsnede — alsof er kinder-vacantiekolonies aan 'tspelen waren geweest. Maar neen. op bijna eiken kegel hurkt een klein geelgrijs beestje, precies een heel jonge Kangoeroe, het wittige buikje glinsterend in de zon. Als Pruisische spoorwegwachters die het militair saluut brengen, zoo stijf zitten zij den trein aan te kijken, als die voorbij is, vallen zij op hun voorpootjes neer, om weer aan 'tgras te knabbelen.

Die prairiedogs — een soort eekhoorns, die echter veel hebben van marmotten, — zijn zóó talrijk dat de rei-