Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W erel d. s t a d.

(xkw-york).

Een Hollander is al heel blijde wanneer zijn stad ligt aan een geut — zooals de Maas bij Rotterdam — of aan een stilstaanden plas — zooals bet IJ bij Amsterdam — maar de werkelijk grooten der aarde hebben een ruimer kader noodig: een breede baai, bijna een zee. Zóó liggen de groote steden van Amerika, vooral New-York. Als men toch zijn leven in stad moet slijten, dan zeker liefst in zulk een, waar men aan den kant staande niet slechts veel water ziet, maar ook op den tegenovergestehlen oever, omdat die hoog heuvelachtig is, allerlei schakeering van groen, waartusschen aardige huisjes uitsteken: en allerlei kleine eilanden drijven waar het watervlak te triestig, te eenzaam zou worden, zoodat er maar heel in de verte juist ruimte overblijft voor een streep van den oneindigen Oceaan, die droomen doet van andere werelddeelen. En die Oceaan kan hier niet beangstigen: de stad ligt te diep verscholen in de baai dan dat de golven haar kunnen bereiken; daarenboven komen de zware westelijke stormen hier van de landzijde: de zoois dus steeds goed gehumeurd.

Iloe anders bij ons! lïij ons is de zee hoogstens een vriendelijke vijand; wij weten nooit welk weer daar over den Oceaan in aantocht is. In Amerika daarentegen

Sluiten