Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar New-York met een der groote veerbooten is daarentegen wèl eigenaardig. Van dergelijke ferry-booten krioelt het om New-York, en ook bij andere zeesteden. Want het vervoer te water heeft daar veel grootere afmetingen dan bij ons, die wel eens te veel denken alsof wij een watermonopolie hebben. In het eigenlijke NewYork komt maar één spoorlijn aan: de New-York Central. Al de andere hebben hare stations aan de overzijde der rivier, en men moet dus steeds varen; in den regel eenige kilometers ver.

Het middendeel der veerbooten is bestemd voor de rijtuigen, de zijden voor de voetgangers; doch de spoorwegmaatschappijen hebben er nog grootere in de vaart: met twee verdiepingen: de bovenste uitsluitend bestemd voor de spoorwegreizigers. Uit het plaatsbureau gaat men met een lift naar de wachtkamer welke ter hoogte ligt van de tweede stoombootverdieping; valbruggen verbinden dan het platform van die wachtkamer met de bovenste spoorwegkajuit, en op gelijke wijze wordt men aan de overzijde aan liet eigenlijke station uitgelaten, zonder dus met het publiek in aanraking te komen dat de boot als gewoon overzetveer gebruikt.

Maar vooral voor de goederenwagens zijn tallooze veerbooten noodig, want zoo de spoorwegmaatschappijen al hunne passagierstations aan de overzijde hebben, de goederen zijn in „stad" af te laden. Daar heeft men dan ook goederenstations, waarheen de wagens varend zijn te brengen. Zoo zag ik een stoomboot, waaraan ter weerszijden een dergelijke goederenferryboot was vastgemaakt. Op elke boot waren drie sporen aangebracht, op elk spoor stonden zes wagens, en aangezien Amerikaansche wagens eens zoo lang zijn als Hollandsche, voer daar derhalve een trein van ongeveer 40 onzer wagens voorbij.

Sluiten