Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niets is mooier dan zoo'n tocht over den Hudson als 's avonds de maan niet schijnt en de sterren bedekt zijn. Dan is het als een koninginnefeest. Aan de langgestrekte duistere stoombootwerven langs den New-Yorker oever hangen dan rijen groote, koel-wit schijnende booglampen als lichtende waterdroppels, terwijl dicht boven de donkere waterlijn, aan de einden der pieren , flikkeren kleine bloedroode stipjes. In de lucht: heel hoog, als sterren, de toplichten van enkele hooge gebouwen op de punt van het stadseiland, en vóór ons en om ons heen: een zwart watervlak, veel te groot om te worden verhelderd dooide verlichting op de oevers. Op die donkere ruimte warrelen dooreen als feestschepen de veerbooten, met dicht langs de waterlijn lange rijen groote vierkante, hel uitschijnende ramen, waarboven een iets kortere rij eveneens hel verlichte vensters, en heel alleen in de duisternis twee blinkende stippen, vóór en achter. En overal op het watervlak kleine groene en roode flikkeringen, die als vuurvliegen geruischloos heen en weer zweven tusschen de groote lichtmassa's door.

Maar dat de Hudson 's avonds zoo mooi kon zijn, vermoedde ik niet op den Zondagnamiddag, waarop wij dien voor 't eerst overstaken; een namiddag die dubbel benauwd scheen na het lange luchtbad op den oceaan. En niet minder doodsch dan de Hudson waren de eerste vieze straten aan de overzijde, vuiler en leelijker nog dan die van Londen. Eindelijk naderden wij Union Square en het betere deel der stad. Maar ook dat was in Z011dagsrouw gedompeld, en dus togen wij naar Central-park, om tenminste levende schepselen te zien. Niet „de deftigheid", want evenals in Engeland heiligt die den Zondag door de natuur den rug toe te keeren; maar het

Sluiten