Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heidsoorlog, later in den slavenoorlog getoond mannen te bezitten, waardige evenknieën van de besten die Europa voortbracht.

W ij, Nederlanders, hebben ongetwijfeld recht om trotsch te zijn op den 80-jarigen krijg en op de latere oorlogen onder Willem III, en toch — hoewel niet weinige Nederlanders te wapen trokken en vele stedenbewoners zich dapper weerden — meer nog dan Hollandsch bloed, heeft Ilollandsch geld de zege bevochten, geld waarvoor dan froepen van elders werden aangeworven. Maar in den Amerikaanschen vrijheidsoorlog moest het Amerikaansche volk zelf en alleen, Engeland weerstaan, en mogen ook in den slavenoorlog aan Noordelijke zijde vele buitenlanders hebben gestreden, aan de zijde der Zuidelijken althans stond geen enkele vreemdeling.

En ik wil het eerlijk bekennen, hoewel geenszins de slavernij vergoelijkend,1 voor die Zuidelijken gevoel ik giooten eerbied, ja in zeker opzicht óók sympathie. Die sympathie namelijk welke bewoners van een klein land moeten gevoelen voor wie — 0111 't even 0111 welke reden — aangevallen worden door een overmachtigen vijand. En dat was hier het geval: de Zuidelijken vormden betrekkelijk een klein hoopje; kracht en kapitaal waren aan de zijde der Noordelijken.

Slechts 8 millioen inwoners telden de slavenstaten (de „confederates") en van deze waren de helft zwarten. Dat van het 4 millioen blanken — mannen, vrouwen, kinderen — 600,000 ten strijde trokken in den vijfjarigen veldtocht 1861—1865, bewijst wel dat met de kracht der wanhoop werd gestreden. Aan de andere zijde stond een

1 In onze West was toen ter tijd de slavernij ook niet geheel afgesohaft.

Sluiten