Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheiligd persoontje stond daarboven: zelfs voor eene bedreiging was zij te hoog geplaatst. I.ven zestien jaar, besloot Madeiuoiselle Idalie in de uitgaande wereld te verschijnen. Of ze al dan niet mooi was, \ iel inoeieljjk te beoordeelen. Van rijke menschen, heel rijke menschel! is de schoonheid nooit juist te meten. Hunne door niets gestoorde ontwikkeling, hunne onbegrensde keuze vun kleedij en sieraad, hun zelfvertrouwen, hun eigendunk, hunne beslistheid, hun recht op bet doel kunnen aangaan, de gemakkelijkheid waarmede zij wat zij wenschen verwezenlijkt zien, dat alles te zamen vormt een waas van schoonheid, die liet onmogelijk maakt de juiste lengte van den neus of de mate van schittering der oogen te bepalen. 1

Slechts dit kan verklaard worden: niets van haar was bepaald iu tegenspraak met wat zjj zelf dacht van hare schoonheid, of wat anderen daarvoor gevoelden. Zij was van rijzige gestalte, had een fijne leest, klein hoofdje, langen nek, donkere oogen en veel zwart lang haar — waaraan misschien haar kapster aandeel had — daarbij een mondje dat, zelfs als zjj in gebed was verzonken, scheen te bevelen. Ziedaar ongeveer alles wat zij bezat en fait d'orncments, zooals modemaaksters zeggen. Er kan nog bijgevoegd worden, dat zij zich bewoog alsof de Reine Sainte Foy plantage zich over den geheelen aardbol uitstrekte, en de grond er van niet waardig was om door haar te worden betreden.

Natuurlijk bestelde zjj hare toiletten niet in New-York. Alles kwam

1 Het was deze aardige opmerking, welke mij bij het doorbladeren eener bloemlezing uit „Southern Litterature" door Louise Manly (Richmond. Johnson publishing Co. 1895), bewoog tot nadere kennismaking met de schrijfster. lïare opmerking geldt niet enkel voor zeer rijken, doch ook voor Majesteiten. Niet voor alle: slechts voor de geborene, voor de prinsessen op de erwt. Zoo maakte eens eene Frangaise hare Engelsche nabuur in de comedie opmerkzaam op de buitengewoon bevallige wijze waarop de schoone Keizerin Eugénie bij het binnenkomen in hare loge, het publiek groette en toen zich zette. Is dat niet koninklijk 'i vroeg zij. Men kan wel zien — merkte de aangesprokene droogjes op — dat zij niet op den troon geboren is. Als Koningin Victoria zich nederzet, ziet zij nooit om ten einde zich te vergewissen dat er een stoel gereed staat: zjj weet dat daar steeds een stoel gereed zal staan. Keizerin Eugénie zag daarentegen onwillekeurig even om: de tijden dat haar geen kamerheer ten dienste stond, zijn haar bijgebleven.

Sluiten