Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schreven ten behoeve van de Iloogere Burgerscholen van dien Staat (want men hoede zich de Amerikaansche Staten te beschouwen als gelijkstaande met de provinciën van een Europeesch Koninkrijk: iedere Staat is in waarheid een Staat en beeft dus ook boeken over zijn eigen geschiedenis, naast die over de algemeene Amerikaansche historie).

„Het was in den aanvang van den oorlog. Price een generaal der Zuidelijken — begon onmiddellijk toebereidselen te maken voor den veldtocht. ilij bezat sle hts weinige wapens of militaire équipementen, en geen geld om ze te koopen. Voor goldjjen huil hij geen geld noodig : niemand verwachtte soldij, niemand was vergoeding beloofd. Ieder vocht voor wat hij meende zijn goed recht, 't Waren wakkere kerels, en zulke kerels gedreven door zulke gevoelens, weten wel hoe aan aiumunitie te komen. Goeverneur Jackson had kruit medegebracht; het lood werd uit dichtbij gelegen loodmijiicn gehaald; een van de officieren kwam op liet denkbeeld om van dikke boomstammen monsterkogelen hagel vormen te maken. Zjj luidden enkele kanonnen, maar zonder ammunitie. Doch een tinnegieter gaf blikken bussen; ijzeren staven van een smid vormden, in stukken gehakt, den inhoud der kartetsen, en van flanel werden kardoezen gemaakt. Een bajonet diende tot kandelaar, en zoo vulde men 'savonds de kardoezen uit een kruitvat, niet te dicht bij de kaars gezet. Tegen 't einde der maand waren vijf duizend man gewapend met jachtgeweren, donderbussen en enkele soldatengeweren, terwjjl tweeduizend ongewapende mannen den troep volgden, gereed om liet geweer op te nemen van wie in den slag mocht vallen, hn dat dit geen grootspraak was, bewees de strijd tien dagen later gestreden op wat nu nog genoemd wordt den bloedheuvel. Aan beide zjjden werd dapper gevochten. Van de 7000 mail die handgemeen werden, sneuvelden of werden gewond vjjf en twintig percent. De rebellen (d. i. de Zuidelijken) overwonnen: de bevelvoerende generaal der Kederates

die Staat was protestantsch geworden toen lord Baltimore (de patroon) tot de Staatskerk overging. Maar het geslacht der Carroll's had hem daarin niet gevolgd, ofschoon het daardoor van alle ambten werd uitgesloten, zij bet ook niet van den omgang met andersdenkenden. (Zie CarroJl's leven door KateMason Kowland; New-York, Putnam'sSons; 1898).

Sluiten