Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\Vrise, te Richmond teruggekeerd — waar zijn vader toen •ils Gouverneur van Virginia verblijf bield — een slavenverkoop bij te wonen. Dit was de eerste maal, en een jonge oom uit Philadelphia, toevallig in stad, zoude hem vergezellen. Op een Zaterdagavond gaan zij samen naar het verkooplokaal, in de mindere buurt der stad gelegen:

Naarmate wij verder gingen, werd de straat morsiger en gemeener, totdat wij eindelijk aan een laag baksteenen pakhuis kwamen, welks 8Inalle zijde naar de straat was gekeerd, en dat zeer diep doorliep. Er stak een uithangbord uit met den naam van den eigenaar en in zeer trroote letters het woord : Verkooplokaal. Boven de deur hing een roode vlag, waarop een advertentie was geplakt, en een mulat liep op straat heen en weer, met een andere vlag, en riep, terwijl hij een groote bel luidde: O ja (Oijez) stapt binnen Heeren; zoo dadelijk /al de verkoop aanvangen van een puik partijtje jonge negers! En op zingenden, vrooJijken toon, met een breeden glimlach om den mond, voegde hjj er aan toe: liet zijn er van allerlei slag, uitmakende deel van de nalatenschap

Vjin ; de verkoop geschiedt niet wegens gebreken, maar uitsluitend

0m den boedel te liquideeren. Men vindt er voor ieders gading: oud, jong, mannen, vrouwen, meisjes, jongens.

Hij de deur en daarbinnen stonden kleine groepjes mannen , sommigen i,i hemdsmouwen. Zij geleken veel op stalknechten. Ook het gebouw had van binnen veel van een stalhouderij: tot heel diep naar achteren geen zijramen of bovenlichten, slechts heel aan het einde, waar het perceel van weerszijden achter de naastgelegen huizen omliep, was het helder, paar was de ruimte goed verlicht, en zoude dan ook de verkoop plaats vinden.

Behoedzaam traden wij door het donkere voorstuk, en kwamen zoo ten slotte in het achterhuis, waar in het midden een kleine verhevenheid stond. Langs de muren waren stoelen en banken geschaard. Een groote mulat vervulde de taak van aanbrenger; hij stond bij een deur, door welke hij van tijd tot tijd een nieuw partijtje slaven ter verkoop binnen voerde. Een gezet man, met vollen baard, en geen ongunstig uiterlijk — slechts zijne beweeglijke, koude, kleine zwarte oogen deden aan een rat denken — was afslager. Op een bank bij de deur zaten enkele negers — dit was de eerste partij welke ter verkoop werd aangeboden. De gegadigden stonden of zaten in het rond, en rookten en

Sluiten