Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De arme kleine nikkertjes Cephas en Melinda zaten in hun hoekje bedremmeld en stil toe te kijken: hunne witte oogballen gingen op apenmanier haastig op en neer, en glansden in het donker. Toen zij de stem van haar man hoorde, keerde Martha-Ann — die tot nu toe in stille, waardige houding droevig uit het raam had gestaard — haar gelaat naar Israël, met eene uitdrukking van innige liefde en dankbaarheid. Even richtte zij den blik op man en kinderen, toen staarde zij weer naar buiten, de oogen vul tranen.

„Wie biedt er wat voor Martha-Ann , met het reoht van bijkoop ?" bulderde de afslager. Het bieden ving aan, doch ging niet van harte. Einlijk viel de hamer. De prijs was laag. Onder de vele omstanders had wellicht niemand hen allen van noode, en waren slechts enkelen hardvochtig genoeg om haar alleen te willen bezitten. Dus bleef zij laag in prijs. — Toen de n:iam van den kooper bekend werd gemaakt, herinnerde ik mij dien. t Was een oude, droge, ongetrouwde zonderling; lid vau het wetgevend lichaam van Virginia, afgevaardigd door een der verafgelegen Zuidelijke graafschappen aan de grens van Noord Carolina. Den Hemel zij dank, hij behoorde niet tot de partij van vader; hij noemde zich een Whig van den ouden stempel en stemde met de oppositie. Onder de oudere afgevaardigden scheen hij geen kennissen te hebben; en waar hij in stad zijn intrek nam, wist niemand. Wel wist een ieder dat hij slecht bij kas was, en nooit een week oversloeg 0111 de betaalsrol te teekenen.

„Mr... heeft Martha-Ann gekocht, verklaarde de afslager; ik wensch u geluk Mr...! I hebt het voordeeligste negerkoopje van den dag gesloten. VN il u nu ook Israël en het jong gebroed nemen ?"

Een doodeljjk zwijgen ging door de zaal. Zelfs Martha-Ann, die zich zoo goed hield , toonde door het hjjgen harer boezem hare ongerustheid. Jsrael rekte den hals uit en leunde voorover om van de plaats waar hij zat, het eerste woord van hoop of wanhoop te hoeren. De oude man die haar had gekocht, sohuifelde naar voren, in zjjue zakken frommelend naar geld, en draalde zoo lang met te antwoorden, dat de vraag hem ten tweeden male gesteld werd. Nee. .en — kwam hot er ten slotte aarzelend uit — nee..en; het spijt mij voor hen, maar ik kan't waarlijk niet. Ziet u, ik woon heel ver hier vandaan, en rijd te paard naar stad als de kamerzitting begint; verkoop dan mijn paard en leef zuin'Kjes, ■ te trachten zooveel over te leggen dat ik een nieuw paard kan koopen en tevens een kinderkrijgende vrouw, als de zitting gesloten wordt. Dan neem ik haar achter op miju paard mede. Hoe zou ik

Sluiten