Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over uzelf; waarin gij moet trachten uit te vinden in hoeverre de vorige toestanden verkeerd waren en niet te verdedigen, in hoeverre te rechtvaardigen. Wie dit te boek stelde heeft u lief: hij was uw krijgsmakker in den strijd, dien wij verloren; hij heeft voor u geen woord van blaam over, integendeel blijft hij van meening dat wij werden getart en alle reden hadden het zwaard te trekken. Wie dit schrijft, zal zoo lang zjjn adem gaat, roemen over de wijze waarop wjj streden, is trotsoh op zjjne eigen wonden, en brengt zjjne kinderen groot in het geloof dat de getuigenis van den moed der Zuidelijken is een onschatbaar erfdeel.

De tijd is voorbij dat deze bekentenis u kan benadeelen. En zij gaat niet uit van iemand, die verre van u staat in gevoelen en denken, of die ijvert voor afgetrokken denkbeelden. Neen, dit werd geschreven om u te doen overwegen , om u te doen afvragen of gij voor God getuigen kunt. dat alles was zooals het behoorde, ten tijde dat bij ons de slavernij heerschte. Dit werd geschreven ten einde u vrede te doen hebben met uw verlies, door n te toonen van welken gruwel uwe kinderen werden verlost.

De pen nam ik op in de vaste overtuiging dat, terwijl gij nu somber terugdenkt aan het gelukkig leven, den rijkdom, de genietingen der fijne beschaving, die voorheen het deel waren der Zuidelijken (hoe weinig is daarvan overgebleven!) gij eenmaal beseffen zult, dat, hoe heerlijk ook dit alles was, zulks niet rechtvaardigde het vloekwaardige, ellendige in slavernij houden van inenschen. Duidelijk wilde ik u maken — al zult gij het niet toegeven — dat voor ons zelf die afschaffing grooter zegen was dan voor de slaven; dat de vrijverklaring niet te duur gekocht werd met al wat wij verloren, met al die kostelijke, toen vernietigde levens; u wil ik tot erkenning brengen, mannen met warm hart en edele gevoelens (want als zoodanigen ken ik u) dat thans de tijd daar is, om door onze tranen heen , zonder onze dooden to verzaken, thans, nu wjj weder vrij zijn en hereenigd Confederates inderdaad — en alles beschouwen kunnen in het klaarder licht, de meer zuivere atmosfeer van het heden: dat wij Gode moeten danken wijl de slavernij onderging aan de Appomattox.

En nu ten slotte nog ééne aanhaling uit liet boek van Wi.se: een gesprek gevoerd enkele jaren later ten liuize van eene bevriende familie, ten tijde dat Lincoln candidaat was voor het presidentschap. De gastvrouw vroeg de aanwezigen of zij de belangwekkende preek hadden gelezen, welke ür. Pal nier — een beroemd Presbyteriaansch

Sluiten