Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elk persoon beschikken, die enkel door de jacht gevoed wordt, d.w.z. uit zulk een aantal dieren, telkens jongen werpende, bestaat zijn levende voorraadschuur. Maar hieruit volgt tevens dat, waar ieder persoon over een zeer groot jachtterrein moet kunnen beschikken, de bevolking slechts gering kan blijven. Dat om die jachtvelden op leven en dood is te strijden, volgt eveneens hieruit; jacht is dus zoowel dieren- als menschenvernietiging, en het kan dus niet verwonderen dat op dezeltde oppervlakte welke nu reeds 65 millioen menschen voedt — weldra 100 millioen — vóór de komst der Europeanen nauwelijks een half millioen Indianen een armzalig bestaan voortsleepten.

Armzalig in onze oogen; maar in de hunne? Hoe zij hun land beminden! Zie hier wat Big John verhaalt — een soldaat die in 183") de Cherokees begeleidde tijdens hunne gedwongen verhuizing naar het verre Westen:

Het was een hoogst onaangename opdracht. Het hart dier Indianen was gebroken. Ik wist wel dat ze gehecht zijn aan hunne jachtvelden en rivieren, maar dat ze die zoó liefhebben, dacht ik niet. Je weet, ze vermoordden al op tien eersten dag Ridge, die het verdrag met den Staat had geteekend, en zij wilden hem niet begraven.Wij de soldaten — moesten toen halt houden en een graf voor hem delven. John Rossen John Kidge waren de zoneu van twee Schotten, die in hun jeugd naar Amerika waren verhuisd en in den Cherokoe-stum opgenomen. Die twee half-bloeds waren prachten van kerels: slank, met lang kastanjebruin haar, sterk en ijverig, en evengoed sohietende als de besten van hun stam, ja, met den handboog hun allen de baas. Zij hadden de dochters der beide opperhoofden gehuwd, en toen deze stierven, waren ze hun opgevolgd; en de Indianen mochten ze gaarne, want het ware goeie kerels en flinke leiders. Ross was tegen het verdrag. Hij vond da' het er niet eerlijk bij was toegegaan en dat de prijs van t land te laag was gesteld ; en eigenlijk wilde hij in liet geheel niet verhuizen. Daar ginder liggen de overblijfselen van zijn huis, en ik zeg je, 't was een Koning.' Zijn woord gold als wet bij de stammen, en ze hielden veel van hem en hadder. eerbied voor hem. Ridge leefde wat verder weg,

Sluiten