Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de Ostanatarivier, en ook hij was een goede kerel. Ross en Ridge raadpleegden altijd samen over alles wat het welzijn der stammen betrof; maar Ridge was zachtzinniger en gemakkelijker over te halen om het verdrag te teekenen, waarbij ze hun land verkochten aan den Staat, in ruil voor een nieuwe woonplaats aan de Missisippi.

Wel, 't duurde een maand voordat wij ze allen bij elkaar hadden — ging Big John voort — en wij op weg togen naar de Missisippi. En ze wilden maar geen voortgang maken. Telkens gingen de vrouwen ter zijde zitten treuren in de bosschen; en je raag het al dan niet gelooven, 't is de zuivere waarheid: we trokken uit 14000 sterk, en voor we te Tusoumbia kwamen, waren er 4000 gestorven. Zij bleven liggen op den weg; ze stierven aan een gebroken hart; ze stierven van honger. Want ze weigerden alle voedsel. Overal lieten we dooden achter. Wij kwamen per dag geen twee uur gaans vooruit, en mijn compagnie soldaten deed weinig anders dan groeven maken en er Indianen in leggen. Ze stierven van verdriet, dat kan ik je verzekeren. Het hart van een Indiaan is week; zijne aanhankelijkheid groot. Zoo is nu eenmaal zijn natuur. Ik durf beter staat maken op eeu Indiaan dan op een blanke, 't Zijn de trouwste vrienden ter wereld, maar ook de gevaarlijkste vijanden. 1

En toch, met al die voortreffelijke eigenschappen zijn ook deze ten onder gegaan. Natuurlijk: de mannen van dat ras behooren ook al niet tot „de onzen"! — Rood — niet bleek — moest eigenlijk de Caucasiër zien van al het bloed dat hij stort; en weer staan wij hier voor het wereldraadsel: waarom moeten zoovelen ten onzen bate verderven ? En hoe gepeinsd wordt en gezocht, steeds stuit men op die ééne oplossing, welke de een met schamperen lach, de ander met berusting, de derde met eerbied noemt, doch waardoor allen evenzeer hun onvermogen van bevatting erkennen: Heer, onze wegen zijn niet de Uwe

1 C. H. Smith. Fireaide sketches.

Sluiten