Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meet men hun voortkruipen met het als roofvisschen door de modderpoelen schieten der electrische cars daar!

En: niets is ook zoo overweldigend als de aanblik van Chicago's hoofdstraten bij avond. Dan fonkelen aan den voet der zich met den top in het zwartblauw uitspansel verliezende torenhooge gebouwen, duizende gloeilampen als reuzendiamanten in de diepe omlijning der winkelhogen, terwijl uit de reusachtige ramen stroomt een lichtgloed als uit mondingen van hoogovens. Nog aangrijpender is de indruk van dichtbij: dat felle licht, hetwelk wie voor het raam staat, de diepste diepten van de huizenholte ontdekt, glijdt in onheimelijke stilte over al het kostbare dat daar, geheel verlaten, uitgestrekt ligt op eindelooze rijen tafels en schappen, of neerhangt in festoenen van de zolderingen. Daar ligt als in een doodsvertrek ter neer al wat behoefte of gril in stadsmagazijnen bijeenbrengt, al wat als het ware begeert om te worden verkocht , wat hunkert om te worden bewonderd door zich steeds vernieuwende reeksen kooplustigen, om te worden betast en opgeheven door fijn gehandschoende vingeren. En in het kille licht dat de electrische booglampen uitgieten, grijnzen de al te felle kleuren tegen elkaar, nu ontbreekt wat anders overgang vormt: de zich tusschen de toonbanken voortbewegende menigte. Doch terwijl de winkels uitgestorven zijn als hadde door pestgevaar alle begeerte den mensch verlaten, krioelen daarbuiten op de zeer breede voetpaden, aangetrokken als nachtvlinders door het uitstralend licht, keuvelende en schertsende menschengroepen, steeds in dichter drom, totdat die groepen eindelijk vormen breede, altijddoor vloeiende stroomen; twee stroomen frissche kleurige zomertoiletten, onderling gescheiden door een zéér breede, dofzwarte, geheel verlaten vlakte: den rijweg—onbegaan, want onbegaanbaar.

Sluiten