Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trek. Is dus do schoorsteen van onderen min of meelopen, dan zal van alle kanten min of meer lucht toestroomen; zelfs een vliegende storm kunnen ontstaan, welke uit alle hoeken schijnt te waaien. En tevens zal de ronddraaiende en zich voortbewegende schoorsteenwand de voorwerpen, tegen welke hij op zijn baan stoot, rondslingeren en vernielen.

Op twee wijzen brengt dus de cycloon verderf: middellijk en onmiddellijk. Wat zich op zijnen weg bevindt, wordt fijngemalen; doch daar die kolom een betrekkelijk kleine middellijn heeft, zoude de vernieling slechts zeer plaatselijk wezen, indien niet de trek of zuiging naar boven zulke heftige windstooten deed ontstaan.

]>ij den cycloon te New-Richmond waren beide werkingen duidelijk na te speuren: De hoornen in het pad van de windhoos zijn niet omgevallen: er was geen tijd, en ook geen reden. Waarom eerder den eenen kant dan den anderen kant uit te buigen, terwijl als een razende de warrelwind rondomme draait, en alle takken en bladeren wegscheert? Maar aan den cycloonrand ging het anders toe. Daar zijn de boomen niet van hunne bladeren beroofd, maar met blad en al ontworteld: en zijn zij alle neergevallen met den top naar het pad van den luchthevel toe. Aan de oostzijde dus (liet verschijnsel kwam uit het zuidwesten, en zette koers naar het noordoosten) liggen de boomen met de kruin naar het westen, aan de westzijde niet de kruin naar het oosten.

Waar de lucht niet spoedig genoeg de zuiging kon volgen, veroorzaakte de luchtverdunning een soort ontploffing. Terwijl dus de huizen in het pad van den wervelwind werden fijngemalen, zijn de huizen die zich op den rand bevonden, staande gebleven, docli zijn de gevels welke naar die baan waren toegekeerd, naar buiten ge-

Sluiten