Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hooren wij uit den mond der Anieriktumsche farmers de klaelit, die wij ook van hunne Europeesclie lotgenooten kennen: De jongelui willen geen boer blijven: ze trekken allemaal naar stad....

Die klacht beb ik zelf vernomen uit den mond van niemand minder dan den apostel der Mormonen: Brigham Young, dien men ook kan betitelen apostel van den landbouw. „Al die geleerdheid bederft ons — klaagde hij — wij kweeken letterkundige schooiers. Wij krijgen veel te veel advocaten en dokters, en er zouden vrij wat minder zieken en processen zijn, als wij maar aan 't landbouwen bleven! Maar wat daar aan te doen ? De oude landen — Europa — zijn in de maling (go through the mills) en ook wij komen er in; daar is niets aan te verhelpen." Aldus profeteerde mij de profeet.

Niets aan te verhelpen? Juister dan Brigham Young's beschouwingen en die van zoovele anderen, zijn — dunkt mij — die van boer Hill, die eindelijk zijn hart uitstort voor Wijckott'. Boer Hill heeft in stad fabrieken bezocht, en opgemerkt hoe daar de uiterste zuinigheid wordt betracht, hoe voortreffelijk daar de arbeid geregeld is. Eerst als het boeren op wetenschappelijke, fabriekmatige wijze zal geschieden , aldus luidt zijne gevolgtrekking, kan het boerenbedrijf zijn plaats hernemen in de moderne maatschappij.

En dit zal inderdaad in Amerika binnen niet al te lang tijdsverloop het geval zijn. Want klagen wij hier over slechte tijden, daar is liet vele boeren nog erger vergaan. In het oosten liggen tal van boerderijen braak — de bewoners zijn naar bet westen getrokken, waar goedkoop land te verkrijgen was. hun bezit voor een appel en een ei verkoopend aan stedelingen, die van de huizen zomeroptrekjes maakten en het land woest laten liggen.

Sluiten