Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar men geelt zich thans veel moeite om den Amerikaanschen boer (die tot nu toe te veel rekende op den rijkdom van den Ainerikaanschen bodem, en dezen uitput te) juistere begrippen in te prenten omtrent het landbouwbedrijf. De boerderij moet een fabriek worden — zij het ook met al den onaangenamen nas-leep van deze — zulks eischt de nieuwere tijd onverbiddelijk.

Doch Wijckoff is het niet te doen om landhuishoudkundige te worden; dus trekt bij verder, naar de boschbegroeide bergen, en zoekt werk bij de boutbakkers. Deze werpen de door hen gevelde hoornen in de bergstroomen, welke de stammen van zelve doen afdrijven naar de houtzaagmolens.

't Is een ruw leven onder die eigenaardige bevolking van mannen, half kinderen half duivels, waarbij bij — zwakke oosterling — allesbehalve past. Hij heeft het dan ook hard te verduren, totdat hij den baas wint doorhem te helpen optellen en aftrekken. Want dat is een moeielijk werk voor dien genialen ongeletterde. En zijne kornuiten dwingt bij eerbied af door de wijze waarop hij bij het houtvervoer door overleg en slimheid goedmaakt, wat hem aan kracht ontbreekt.

Maar hoe aangenaam ook dat deel van zijn boek voor ons is, omdat er zulk een frissche boschgeur door heen waait—wij, die kennen willen het leven van den Amerikaansehen fabrieksarbeider, haasten ons hem naar Chicago te volgen, waar hij in de barre Decembermaand aankomt.

Een barre maand, want de winter is koud in Amerika; kouder dan hier, evenals de zomer er warmer is. Over de honderd graden Fahrenheit in den zomer (38° Celcius); meer dan twintig graden beneden vriespunt in

Sluiten