Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dooven de inenschelijke stem. De werklieden spreken <l:in ook in die fabriek slechts met teekens: niet opsteken of krommen der vingers.

Alsof de balken en planken innerlijk leefden, zoo vliegen ze voort; schieten als slangen, met den smallen kant naar voren, over rollen, welke — terwijl zij om haar spil wentelen — aan het hout een vooruitsnellende beweging geven. Of wel vlijt dit zich in de breedte op een rij kettingen zonder eind, om zoo, als een bataljon soldaten, tegen een helling te worden opgevoerd. Slechts een enkele maal wordt balk of plank door mensebenband aangeraakt: de machine overheerscht, en dwingt ook hier den menseli te arbeiden in haar eigen, onverbiddelijk tempo.

De houtzaagmolen, welken ik hier op bet oog heb, ligt, evenals zijne buren, tamelijk hoog boven den oever deirivier, welke de balken aanvoert. Kilometers ver komen deze eenzaam afgevlot; voor eiken molen steeds geleid tusselien drijvende balken wanden, zoodat verwarring niet mogelijk is, en elke fabriek haar eigen bout ontvangt. Vanaf bet gebouw tot aan het water, ligt een smalle, hellende balk, waarover — op rollen — een ketting zonder einde is gespannen. Op bepaalde afstanden draagt die ketting klauwen of pennen. Aan den waterkant slaan een paar mannen hunne baken in een vlottenden boomstam, drijven dien naar den ketting en geven hem een daaraan evenwijdige richting, zoodat hij, door de klauwen gepakt, naar boven zeult.

Hoven — in de fabriek — vormt de vaste balk, waarop de ketting zonder eind voortrolt, den top van een ter weerszijden afbellend vlak — als de nok dus van een huisdak. Daar schieten metalen vingers plotseling omhoog en werpen de boomstammen — naar keuze —

Sluiten