Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lialven slag omwentelt opdat deze aan de tegenover gestelde zijde worde irevlakt; maar voor den beschouwer — die bij do duizelingwekkende snelheid der bewegingen geen tijd heeft zich rekenschap te geven — is het alsof de boom krimpend van pijn wegens de ondervonden eerste verminking, in woede opvliegt, en terugvallend,zich kermend wentelt op het bed der smarte.

En niet slechts moet de man bij de handzaag, alle knikken rogeeren, hij moet tevens door een wenk met den vinger — in dit geraas zoude niemand hem verstaan — door opsteken of krommen, de mannen op de slede den gewenschten stand van den boom aangeven. Zijn dagelijksche ƒ 17.-~>0 zijn dus wel verdiend! Trouwens zoo hij aarzelt, moet de geheele fabriek wachten: zijne vlugheid van werken bepaalt den houtaanvoer naar de verdere zagen. Want nu moet de zoo geschonden stam dadelijk in planken worden verdeeld, dan de planken op breedte gesneden, eindelijk op bepaalde lengten gekort.

Met geklauwde spaken bonzen de mannen der slede den afgovlakten stam op een hellend vlak, waar kettingen zonder einde, met pennen voorzien, hem dwarsliggend naar boven sleepen. Daar ontmoet hij een lotgenoot', evenzoo verminkt door de handzaag aan de overzijde — waar eveneens een slede niet twee arbeiders bemand, als een weverspoel heen en weer vliegt.

Beide stammen worden vervolgens op een rollentafel gelegd, d. w. z. een tafel welker bovenvlak door rollen wordt gevormd, die, ronddraaiende om spillen, de stammen door wrijving vooruit doen schieten.

Maar niet meer dan twee stammen tegelijkertijd tot planken te zagen, ware tijdverlies: op eiken boom wordt dus een tweede gestapeld; en zoo — twee hoog, twee breed —

Sluiten