Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plank gebreken beeft. Maar ander» belt bij een ot twee cirkelzagen omboog — nn eens dit paar, dan een ander, aluaarmate de ligging der plank en de lengte, welke bij meent dat aan de plank kan gegeven worden. Want alle bout moet vaste maten bebben.

Die man daar in zijn zwevend verblijf, rukt aan de krukken met de snelheid waarmede een pianist de toetsen neerdrukt; verzuimt bij maar één ondeelbaar oogenblik, dan bobben de geklauwde kettingen de plank buiten bet bereik zijner cirkelzagen gevoerd. Voort moet bij dus! soms rukkende aan één kruk, dan aan twee, drie, vier tegelijk. Dertig tot veertig planken zag ik hem zoo per minuut op 't oog schatten en snijden. Aarzelen /.<(» niet, mag niet. . . .

Nu zijn de planken eindelijk dood. Heel en al dood; niets is er meer aan haar, dat herinnert aan den zwaren boomstam, enkele minuten, neen, seconden geleden nog deinend op bet water, zooals bij aanvlotte uit het woud. Slechts rest nog de planken naar de stapelplaats te vervoeren: De hellende kettingen waarop zij naar boven zweefden, buigen daartoe om tot een langen waterpassen gang. Niet alle kettmgrijen loopen echter even ver door: de beide kettingen in 't midden duiken het eerst weg: dan vallen de kortste planken op een stapel. Iets verder duiken de beide kettingen weg, welke op wat verderen afstand uit elkander liggen: dan vallen de planken deivolgende lengteafmeting neer; en zoo voorts. Aldus worden de planken werktuigelijk gerangschikt. E11 ook dan rusten zij nog niet op een vasten vloer, maar wederom op rollen. Van deze kan de voorste rol door de machine worden gedraaid. Doch deze raken zij voorshands niet aan; eerst als de kar, welke de planken verder zal wegbrengen, niet het open achtereind tegen den stapel is

Sluiten