Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nedergezet, en een mooie boerderij eerst gepacht, later overgenomen.

Tot dit laatste stelden hem de behaalde winsten in staat: want met het oog op de nabijheid der stad, legde hij zich toe op het leveren van melk — en zulks is daar zeer voordeelig. Verscheidene Hollanders varen er wel bij: den geboren Amerikaan ontbreekt liet aan 't noodige geduld om twee maal daags koeien te melken — zelfs Zondags — en die naar den eisch te verzorgen.

't Was eene mooie bezitting: heuvelachtig, tachtig bunder groot, waarvan 20 bunder met groen voer bezaaid; liet overige weideland. Op stal een 40-tal koeien en S paarden. De koeien zouden een Hollandsch hart geen goed hebben gedaan — ons ras wil daar niet tieren — maar de koeienhoeder was des te geleerder, al liep hij op bloote voeten: hij was n.1. een Hoogere Burgerscholier, de tweede zoon van den eigenaar, 's Morgens, vóór hij per rijwiel naai school ging, moest deze geleerde de koeien helpen verzorgen en bijvoederen, en 's middags na de lessen, nog eenmaal.

Aan den koeienstal was een soort toren aangebouwd, geheel van zwaar hout opgetrokken: de silo voor het wintervoer. Op stal stonden eenige dier door lichten bouw elegante Amerikaansche rijtuigen, welker ragfijne wielen van het onovertrefbare hickory-hout zeli's op modderwegen — omdat de ondergrond hard blijft — geen bezwaar opleveren. Onder een afdak waren de rijwielen gestald van de verschillende kinderen des huizes. In de woning — een villa — de noodige schommelstoelen, een piano-orgel, en verdere teekenen van welvaart; wel een bewijs dat ervaring en energie daar het loon niet onthouden wordt.

Sluiten