Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richtte weinig uit, en dus bleef er niets anders over dan een tweeden zak meel op de handkarren te laden. Vleesch werd van toen af niet meer uitgedeeld: de koeien gaven geen melk meer, en liet dagelijksch rantsoen werd ingekrompen tot op één pond meel, wat rijst, suiker, koffie en spek — alles te zamen een zóó kleine hoeveelheid, dat sommige mannen hun deel verorberden aan 't ontbijt, en verder den geheelen dag moesten vasten.

Bijna halverwege werden zij ingehaald door eenige ouderlingen der kerk, die van zendingen in het buitenland huiswaarts keerden. Dezen spraken hun moed in. „Al mocht het stormen te rechter en te linker, de Heer zal uwen voet bewaren, en gij zult Zion in veiligheid bereiken". Aldus troostten zij, en reden toen voort in hunne rijtuigen, nadat eerst ter hunner eere eenige der koeien geslacht waren, welke de te voet gaanden zoo 1100de konden missen. De arme handkar-sloven staarden die wegsnellenden na met een zucht; en onwillekeurig doet het tafreel denken aan bet schilderij van Rembrandt, waar op den voorgrond in de schaduw langzaam voortsjokt met zijn vrachtje de barmhartige Samaritaan, terwijl in de verte, zich koesterend in 't zonlicht, pijlsnel de Leviet voortrolt in de met zes paarden bespannen koets, met het aangenaam vooruitzicht weldra te zullen zijn in de stad niet de vele torens.

Te Laramie (ongeveer halverwege) — aldus hadden de voorbijsnellende ouderlingen beloofd — zouden zij, zoo mogelijk, mondvoorraad achterlaten, en daarheen hulp zenden uit Salt lake City. Te Laramie vonden de afgetobden niets; de rantsoenen werden dus nogmaals ingekrompen: wie de handkarren moesten trekken, ontvingen dagelijks ]/s kilo brood; de vrouwen en grijsaards ]/4 kilo; de kinderen Vio & 1/t kilo.

Sluiten