Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in plaats van zooals steeds tot nu toe, ons te ge moet te snellen. Derhalve is de waterscheiding overgetrokken tusschen het oostelijk en het westelijk deel van Amerika. Nu zijn wij in het gebied van den Stillen Oceaan; de laatste'band met het moederland is verbroken: Adieu Europa!

Het is alsof aan gene zijde van de waterscheiding de stroom nog wilder afschiet naar de diepte, door een zóó nauwe vallei, dat zij bijna een kloof schijnt. In hooge golven kookt het water op; de waterspiegel schijnt bol, afhangend naar de kanten. Soms springt de stroom over een den weg dwars versperrenden boomstam; elders schieten de wateren ter zijde op, als waren zij de lichting bijster : om weldra daarna weder in stralen van de rotsblokken te druipen. En evenals op het zeestrand de aansnellende golf steigert tegen de afvloeiende watersprei, zoo krullen ook hier de golven om, en schieten — blankgekuifd — schijnbaar weer de helling op, terwijl liet schuimend vocht duikt en springt als een waterdier.

Op de groote rotsblokken, die als naar beneden getuimeld zijn, en daartusschen — in de diepe berggleuven — rijzen slanke dennen omhoog, aan welker voetingen een maaswerk ligt van doode stammen: boomen die daar te voren stonden, en in de droge atmosfeer der Rocky Mountains niet verrotten, maar eerst na vele jaren langzaam zullen verteerd zijn. Hier en daar tegen de hellingen blokhutten, nauwelijks een man hoog en met bijna plat dak — alsof zij zich bukken uit angst voor de winterslagen.

De avond valt: over de boomen, over de bergen trekt eene haast onbestemde, vaalbruine kleur; alleen het schuim van den bruisenden stroom licht nog met matten schijn. De wolken staan stil en slapen — het is nacht. . . .

Sluiten