Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in veel primitiever omgeving, zulk een godsdienstig samenstel opbouwen en in stand kunnen houden.

Zelfs is het niet billijk de geestvermogens der bekeerden zoo laag te schatten: Van de 352 geloovigen bijvoorbeeld, die in 1852, in ééne maand Liverpool verlieten om naar het nieuwe Zion over te steken, waren ongeveer het derde deel arbeiders, doch de overigen: boeren, meubelmakers, schoenmakers, touwslagers, horlogemakers, bankwerkers, wevers, kleermakers, metselaars, slagers, bakkers, schilders, pottebakkers, verwers, vormers, glassnijders, spijker makers, mandemakers, houtzagers, geweermakers, zadelmakers, mijnwerkers, smeden en scheepstimmerlieden. Van het totale aantal bekeerden, die in het tijdperk 1850—1854 emigreerden, waren 2N pCt. arbeiders, 14 pCt. mijnwerkers, 27 pCt. handwerkslieden ; per twee honderdtal trok één bediende, één schaapherder en één drukker uit; per vijf honderdtal één schoolmeester. Ook bevonden zich onder die scheepgaanden enkele academisch gevormden — meestal zonder betrekking —. dansmeesters, dokters, tandmeesters en oud-ofticieren.

Uit deze opgave blijkt niet enkel dat het intellectueele element voldoende vertegenwoordigd was, maar dat inderdaad eene Mormonen-nederzetting geen hulp van buiten behoefde, en zich geheel kon afsluiten van liet overige menschdom; zoodat dus niets den discipelen der nieuwe leer verhinderde hun ideaal te verwezenlijken: — het tegen-ideaal van den tegen woord igen tijd — kerk en staat één ondeelbaar geheel!

En alsof dit alles hen nog niet genoeg vervreemdde van liet overig menschdom, namen zij nu uit het Oude Testament over datgene, wat voor goed alle gemeenschap afsneed: hel beginsel der veelwijverij.

Sluiten