Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

melend, <le kinderen in schommelstoelen op en neer wippende.

Er komen meer en meer kijkers om en bij het witte graf, en dezen zetten zich in de buurt op het gras neer als voor een picnic. Lang wacht een dame in poneywagen, met een kindje naast zich; doch het paardje wordt ongeduldig en zij laat het rondstappen. Een jongen op bloote voeten duwt een kinderwagentje voort — bloote voeten zijn hier trouwens geen teeken van armoede: zeer net gekleede kleine jongens zag ik op den tram stappen , met ongeganteerde voeten.

Het wordt voller en voller. De lichte, kleurige toiletjes en hoedjes der wachtende dames steken vroolijk af tegen het donkere boomengeschemer. Heel galant houden sommige heeren de parasols, op om de dames te beschutten. Nog meer rijtuigen, nog meer menschen, rijwielen in snelle vaart.... „Daar wordt er eentje begraven, dat is een aardig geval' ! Met dat al: geen gejoel, geen onvoegzaam gelach. Er heerschtsteeds betamelijke stilte. . . .

Daar wordt plotseling die menigte onrustig: het is alsof men zich van afstand tot afstand heeft toegefluisterd dat de komst van den stoet nabij is. Twee rijtuigen openen dien: uit de portieren kijken onverschillig mannen — deze zijn de dragers; dan nadert de lijkwagen— zooals altijd hier: een glazen doos, als van Sneeuwwitje, waarin de lijkkist staat. Deze lijkwagen is zwart, — zij dient voor volwassenen; die voor kinderen is wit geverfd. De koetsier welke den somberen last vervoert, verheugt zich in het bezit van een grijze pantalon; en ook van de volgrijtuigen zijn de koetsiers weinig deftig: lage, bolronde hoedjes; blijkbaar wordt een burgermensch begraven. Maar de kist is zeer fraai afgewerkt: geheel met

Sluiten