Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te verbeuren, en hij hud niets bijzonder» gevonden. Maar de ader was breed en rijk, het erts aan de oppervlakte was tien dollars per ton waard aan goud, en dan werd er nog wat zilver in gevonden en sporen koper.

Do president van een bank te Helena had zich voor de zaak geïnteresseerd, en gebruikte het reserve kapitaal van die instelling on. den claim te bewerken. Maar na eenige jaren ging de bank fout

De kapitalisten van Helena staken heel wat geld in „de Hoop"- zij bouwden een molen voor het fijnstampen en het zeven der ertsen en boorden een hoofdsehacht zestig meter diep, met oostelijke en westelijke zijgaanderijen op dertig en zestig meter diepte. Een ploeg nignwerkers werkte in de gaanderijen recht vooruit, een andere schuin naar boven overal waar goud werd gevonden. De zygangen op zestig meter diept,' leverden niet veel op, maar op zekeren dag vond de baas van den stampmolen op de zeven een handvol goudpitten, na zifting der ertsen uit de 8almJ »I> dertig meter diepte. Sommige dier pitten waren zoo groot als hazelnoten. Hij ondervroeg de manschappen der dag- en nachtploegen, die in deze galerij gewerkt hadden, maar voor zoover hij kon nagaan had niemand eenig gedegen goud gezien.

De baas van den stampmolen bezorgde de pitten bij den directeur der mijn, en deze zond ze op naar Helena. Erg in hun schik, haastten zich de eigenaars naar Basin. Last werd gegeven het werk tc staken onder voorwendsel dat er iets aan de hijschtoestellen haperde; in werkelijkheid opdat het personeel niets van de ontdekking zoude merken Slechts de machinist en de stokers werden op bun post gelaten. Toen daalden de mjjnopziohters af - naar het heette* om het houtwerk der gaanderijen te inspeeteeren doel. inderdaad ten einde zelf in de dertig meter-gaanderjj te speuren naar «le rijke ader, die zulke goudneutjes leverde. /.\] onderzochten do horizontale gangen en de hellende gangen trokken boven hun hoofd o,, een half dozijn plaatsen het planken"bekleedsel der mijngangen weg, maar ze vonden enkel het gewone witte sterk ijzerhoudende kwarts en geen gedegen goud. Ontmoedigd kwamen zij weer boven.

Een der groote troggen, waarin de ertsen gestort worden zoodra ze van beneden komen, was geheel gevuld met wat uit de dertig-meter dwarsschaeht was opgebracht, en de baas van den stampmolen stelde voor om die in tegenwoordigheid van de heeren te zeven. Dit werd goedgevonden, en meer dan een liter vol gouden pitten bleef op de zeven achter Toen werden do ploegbazen in "t verhoor genomen ; geen hunner

Sluiten