Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stad. Doch na eenigen tijd vernam de directeur der mijji wat die man ui zijn dronkenschap had losgelaten, en ondervroeg toen de andere mannen der nachtploeg omtrent de beteekenis van dat gezegde. De directeur begon te dreigen, de werklieden dreigden op hunne beurt; en als gevolg van het onderhoud vroeg de geheele ploeg haar „tjjd", en kreeg dien. Zij waren dus ontslagen; zeven van de nog overige acht vertrokken op staanden voet naar elders; slechts één bleef er in Basin.

Al het mogelijke werd gedaan om dezen aan het praten te krijgen doch het gaf niets. Een eerste-klas detective werd gehuurd, (in Amerika bestaan er, evenals in Engeland, firma's die zich belasten met onderzoekingen op het gebied van misdaad., en liefde, en daartoe menschelijke speurhonden er op na houden) en deze agent wist zich bij nummer acht in te dringen, en hield hem vele weken „onder water". Maar de detective werd niets wijzer; slechts vertelde de mijnwerker dat zijne kameraden „wel beslagen" waren afgereisd.

Plotseling liep te Basin het gerucht dat ergens in Madison-county (dit graafschap ligt ten zuid-oosten van Butte) een buitengemeen rijke adJr was ontdekt: Een wagonlading erts uit een „prospect", van daar naar Butte gezonden, bleek bij smelting meer dan vijftig duizend gulden waard te zjjn. Een algemeene wedloop uit Basin naar het nieuwe goudland was hiervan het gevolg; en toen bleek dat de ontdekking het werk was van de mannen die als nachtploeg in de dertig-meter gaanderij van „de Hoop" hadden gewerkt. De detective liet den achtsten man schieten, en spoedde zich naar Madison, waar hij zich enkele monsters van de vondst verschafte, welke hij liet onderzoeken. Het bleek dat zij zoo goed als geen goud' bevatten. Toen wilde het bestuur van „de Hoop" beslag doen leggen op de uit Madison gezonden ertsen, bewerende dat het waardeloos kwarts was uit den claim aldaar, rijk gemaakt door vermenging met ertsen uit ,de Hoop ". Maar de zending was reeds opgesmolten, en dus alle kans verkeken om liet beweren te staven. Wel werd er beslag gelegd op de opbrengst, doch na eenigen tijd werd het geld aan de verzenders — de gewezen mijnwerkers van de nachtploeg - uitbetaald. Deze lieten toen hunnen Madison claim iu den steek, en verdwenen ijlings.

Toen gingen de lieeren van „de Hoop" opnieuw nummer acht bewerken. Deze was uit Basin vertrokken toen liet beslag gelegd werd, vermoedelijk uit vrees dut men liem zoude laten getuigen tegen de' anderen. Aangezien getwijfeld werd of hij bij den Madison claim betrokken was, en liij denkelijk zijn buit elders had verstopt, zoo werd

Sluiten