Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

avond wederom omhoog /oude schieten. Dus klommen wij langzaam naar boven, zetten ons neer en keken rustig rond. Voor ons uit— ver weg en hoog— met bijna waterpasse bovenbegrenzing: de bergen — blauw zwart, met breede blanke zig-zags van sneeuw. Nog hooger, droom-wit: de „Electric peak"; de hoogste berg van het park, wiens driehoek overal op den reiziger neerziet. \ óór de bergenreeks — evenzeer bijna waterpas van kruin (Amerika is zéér oud en afgestompt) eene rij heuvelen, begroeid met dennen, donkergroen — behalve waar eihet zonlicht overheen strijkt: dan lichtgroen, wollig als mos. Eene breede bruine moeras vlakte scheidt die heuvels van wat men noemt tlie formatton: het uitvloeisel der geysers. Die formatie glooit bolvormig, zacht van ons af; zóó Hauw is de helling, dat zij bijna waterpas schijnt. Het is eene grijsachtige massa — het verder wegwijkend deel als het zand onzer stranden, met vochtige glinsterende geulen. Ken enkel dennenstruikje, een enkel klein groen polletje steekt uit de kiezel woestenij omhoog, evenals helm uit eene zandverstuiving. Overigens is de formatie onbegroeid. Zij is wonderlijk zacht voor den voet: als asch; het zijn alle kruimels, kleine brokjes steen; soms — waar de grond langer droog is — gruizig als een schelpen bank; daar is dan de vlakte grijs van kleur. Waar zij vochtig is, speelt de kleur in 't bruine; en hier en daar sijpelt uit een poel een roode kringelende streep, als oud, geronnen bloed. Enkel dicht bij de geysers — die nu gansch stille zijn — en 0111 de zacht dampende poelen is de grondslag hard, grillig van vorm; soms als roccocoschalen, met randen als fijne koraal of versteende spons. Die schalen zijn gevuld met roomgrijze, bladderig versteende modder; doch niet overal grijs, soms kleurig: rood, geel, wit. oranje. Nabij den buitenomtrek der

Sluiten