is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoekingen omtrent drijvende homogene parellelopipeda

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

KORT HISTORISCH OVERZICHT.

I. Een drijvend lichaam verkeert in evenwicht, als het een vloeistofvolume verplaatst, waarvan het gewicht gelijk is aan zijn eigen gewicht en als zijn zwaartepunt en 't zwaartepunt van de door het ondergedompelde gedeelte verdrongen vloeistof op een zelfde verticaal liggen. Daarmee is dan evenwel de vraag niet opgelost, of dit evenwicht stabiel is.

Reeds ARCHIMEDES onderzocht de stabiliteit van een drijvend homogeen bolvormig segment en van een segment eener omwentelingsparaboloide.

Ook HUYGENS heeft zich in zijne verhandeling: „De iis quae liquido supernatant" (onlangs uitgegeven in de „CEuvres complètes de ClIRISTlAAN Hl'YGEXS", t. XI 1908) met de vraag naar stabiliteit beziggehouden, uitgaande van hetzelfde beginsel voor het eerst weder toegepast door GUVOU, die in 1879 in de „Revue maritime" een volledige theorie gaf. (Zie Prof. Dr. D. J. KORTEW'EG, Nieuw Archief voor Wiskunde, Tweede Reeks, Achtste deel, 1907, pag. 1—25).

BoUGl'ER, (Traité du navire, 1746) behandelde het geval, dat het lichaam een symmetrievlak had, waarbij hij bovendien nog veronderstelde, dat 't symmetrievlak gedurende de kleine schommelingen om den evenwichtsstand van 't lichaam verticaal bleef. Hij nam aan, dat bij die beweging aan de wet van ARCHIMEDES voortdurend voldaan werd en voerde 't metacentrum in, van welks ligging de stabiliteit afhing.

El'l.KR kreeg langs een anderen weg ongeveer gelijke uitkomsten (zie Scientia navalis van 1749).

1