Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De uitkomsten, door Bot'Gl'er verkregen, zijn door bovengenoemde en nog andere beperkingen onvoldoende. Verder moet vooral DUPIX genoemd worden. In 1814 verscheen van hem ,,De la stabilité des corps flottants", welke verhandeling met een rapport, door carxot erover uitgebracht, voorkomt in „Applications de Géométrie et de Mécanique" par Chari.ES Dl l'lN (Paris, 1822). Hij beschouwde alle standen overeenkomende met de wet van Archimedes en bestudeerde het oppervlak, dat de meetkundige plaats der zwaartepunten van de door de ondergedompelde gedeelten verdrongen vloeistofvolumina was. Verder gaf hij de principen der methoden, die wij nu nog gebruiken. Overigens volgde hij de methode van BOUGI'er en maakte ook diens fout, van n.1. bij het onderzoek naar de stabiliteit alleen op die bewegingen te letten, waarbij 't ondergedompelde gedeelte een constant volume behoudt.

DUHAMEL(Journal de 1'Ecolepolytechnique, 1835)trachtte het werk van BöUGUER te verbeteren, maar, al verkrijgt hij juiste uitkomsten, zijn redeneering was niet zuiver, want bij de kleine schommelingen meende hij de drukking door de hydrostatische drukking te mogen vervangen.

CLEBSCH (Journal de Crelle 1S60, pag. 149—169) toonde DllIAMEL'S fout aan en gaf een andere dynamische behankeling, die ook niet geheel in orde is.

GUYOU (Revue maritime, mars 1879, pag. 682) heeft een anderen weg ingeslagen. DUIIEM heeft in ,.Journal de math." 1895, pag. 97—103 aanmerkingen op Gl'VOU's methode gemaakt. I11 het algemeen zijn zijne aanmerkingen juist, maar hij heeft zelf ingezien (Journal de math., 1896, pag. 24), dat voor dit geval Guvou's methode volkomen streng is. Ik zal 1111 in 't kort aangeven, hoe men thans, min of meer afwij kende van Guvou's betoog, de quaestie der stabiliteit oplossen kan. Zie o.a. Appell, Traité de méc. rat., tome III, 1903, pag. 188—226.

Sluiten