Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadden dit opp. voor 't ondergedompelde of voor 't bovendrijvende gedeelte te onderzoeken. Dit wil dus zeggen dat

we de keus hebben voor een behandeling, waarbij £ > —-

of waarbij ï < ■ is verondersteld. We kiezen het eerste,

onulat daarbij sommige standen zich gemakkellijker laten voorstellen, al is 't overigens onverschillig.

Na deze afspraak is dan de eerste mogelijke stand die, waarbij slechts één hoekpunt boven de vloeistof uitsteekt. Dc niveaudoorsnede is dan een driehoek.

Als tweede komt nu die, waarbij twee hoekpunten boven de vloeistof uitsteken. Deze twee punten zullen nooit punten

van een hoofddiagonaal zijn, omdat s. > ' , noch van een

diagonaal van een der zijvlakken, omdat alsdan ook een derde hoekpunt van dit zijvlak zich boven dc vloeistof zou bevinden. De hoekpunten zijn dus aangelegen en de niveaudoorsnede is een trapezium, soms een rechthoek.

Als derde komt die, waarbij 3 hoekpunten boven de vloeistof verschijnen. Van 't vorige geval uitgaande, waarbij dus reeds 2 hoekpunten zichtbaar waren, zien we direct in dat, de drie punten in één zijvlak zijn gelegen, want de overstaande hoekpunten zijn uitgesloten. De niveaudoorsnede blijkt nu een vijfhoek te zijn.

Als vierde mogelijke stand komt dan die, waarbij 4 hoekpunten zichtbaar zijn. Van 't geval, dat 3 hoekpunten zichtbaar zijn uitgaande, kunnen we dan op twee manieren de vierde stand bereiken: ic door als 4de punt te nemen het punt, dat met de drie overige in eenzelfde zijvlak ligt; de niveaudoorsnede is dan een parallelogram, soms een rechthoek; 2c door 't 4de punt 7.00 te nemen, dat we een hoekpunt met zijn 3 aanliggende hoekpunten krijgen; de niveaudoorsnede is dan een zeshoek.

Verdere standen hebben we niet te onderzoeken. Vijf hoekpunten kunnen toch niet boven de vloeistof uitsteken

als £ > —.

2

Sluiten