Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu worden de stabiliteitsvoorwaarden (7) en (S) uit §24:

(7) ... o- < ~ (u3 + v- + w3)

(8) ... (t — ' u2)(<r — ' V") + (t — I v5) (o- — 1 w-) +

4 4 4 4

+ (<t — ' u'-) > o.

4 4

Aan de voorwaarde (8) blijkt dus bij een bruikbaar niveauvlak altijd voldaan te zijn, aan (7) evenwel nooit, waarmee dus de onmogelijkheid van het tweede geval reeds is aangetoond.

We moeten evenwel de opmerking maken, dat voor a ' u, b = ' v, en 1 = 1 w juist het grensgeval bereikt wordt.

Vergelijking (2) geeft dan a3 = b3 = l3 = rr, m. a. w. het grensgeval treffen bij den kubus aan, als £ = - (of als

O A B C het bovendrijvende gedeelte voorstelt, ï = Voor

dit bijzondere geval zal dus verder moeten onderzocht worden, of het evenwicht stabiel of labiel is. Zie hiervoor g 60.

29. Drijven met verlengde wanden.

In de vorige g zagen we, dat de onbruikbaarheid van het niveauvlak de oorzaak was van het niet voorkomen van het tweede geval. Denken we ons nu drie zijvlakken van de balk, die in een hoekpunt samenkomen, door massalooze wanden verlengd, dan kunnen we ons afvragen, hoe zoo'n lichaam met het punt, waarin de verlengde vlakken samenkomen, ondergedompeld drijven kan. We hebben dan een voorbeeld van 't drijven van een niet homogeen lichaam.

De voorwaarden 2 a > u, 2 b > v, 2 c w doen nu niet meer als criterium mee en de mogelijkheid van den stand zal volkomen bepaald worden door de normalen, die aan de stabiliteitsvoorwaarde voldoen. Het opp. (M) zal dus nu bepaald moeten worden voor het ondergedompelde gedeelte.

Sluiten